Woensdag 18 februari kreeg ik om 17.00 uur plotseling binnen een uur een stevige hoofdpijn. Ik zat in de auto met een snel toenemende hoofdpijn op mijn
vrouw te wachten terwijl mijn blik viel op een prachtige winterzonsondergang met prachtige lijnen en kleuren. En plots overviel me een overweldigende gevoel van weemoed en gemis. De hoofdpijn is zo ondermijnend; er gaat bijna geen dag voorbij of hij meldt zich als de groter bederver van het leven, het van samenzijn. Het vernietigt je beroepsleven, meer dan de helft van je sociale leven, je levensenergie, je levensplezier. Veel hoogtepunten, zoals een simpele zonsondergang, worden weer bedorven door de grote ondermijner die me geen rust gunt en altijd bezig is alles te vergallen. Ik spreek niet vaak op een personalistische wijze over mijn hoofdpijn. Het is ook niet, en voor niemand, voor te stellen wat dit betekent of welk effect dit op mijn leven heeft. Inmiddels blijkt uit mijn hoofdpijndagboek dat ik het afgelopen jaar gemiddeld 47 uur per week hoofdpijn heb. Zeg maar een uitgebreide werkweek en geloof me; dat is hard werken.
Donderdag 19 februari
Het is nu donderdagavond en de hoofdpijn is nog steeds stevig aanwezig. Vanochtend om 5.15 uur werd ik wakker met een knallende hoofdpijn. Ook 20 mg
Oxynorm(een morfine-achtige medicijn) had geen enkel effect. Ik val dan ook regelmatig in apathie, lethargie, radeloosheid, wanhoop, in een vegetatief stadium, in verbittering, in cynisme, in verdriet, in zelfmedelijden, in ongeloof, in een leegte en dat soms allemaal tegelijk en door elkaar. Soms is de pijn zo hevig dan voel je een fysieke paniek opkomen.Het doet een zware aanslag op je zijn, op je identiteit, wat blijft er nog van je over. Ik ervaar het als vallen en struikelen omdat je er toch min of meer door overweldigd wordt. De enige manier waardoor je er nog iets mee kunt is door het te omschrijven. Vandaag vrijdag wordt ik wakker zonder hoofdpijn. De afgelopen 30 uur met hoofdpijn hangt nog als een donderwolk boven mijn leven, maar hij is al wel aan het verdwijnen. Mijn lijf en geest voelt beurs aan. Ik “krabbel” (dit stukje tekst) dus weer overeind.