Nederland schijnt koploper te zijn in het afschaffen van religieuze instituten.

Kerk in verval.
Kerken sluiten, de zuilen zijn nagenoeg afgebroken, het CDA op sterven na dood. God lijkt wel vertrokken uit dit kikkerlandje. Gelovigen worden weggezet als versteende historische overblijfselen van een vergane tijd. Ze zijn net zo acceptabel als de historische kerken om te bewonderen om datgene wat geweest is. Kerken doen hun wanhopige best om nog relevant te zijn, passen zich aan aan de cultuur maar verliezen zowel de geloofwaardigheid van de cultuur gemeenschap als van de eigen achterban.
Kerkverlating of Godverlating.
Massaal is het vertrek van de leden en de statistieken verhullen nog de daadwerkelijke kerkverlating. Tegelijkertijd lijken we trots op ons cultureel religieus erfgoed. Maar dat heeft meer weg van een museumstuk dat we eigentijds koesteren waarvan we blij zijn dat het verleden tijd is. Eerlijk gezegd mag je de vraag ook stellen of het geloof in de christelijke kerken geloof zelf niet versteend geraakt in vanzelfsprekendheid, formalisme van vastgeroeste rituelen en ongemerkt “paard van trojes” hebben binnengehaald, die hen zelf bijna fataal dreigen te worden.
Hybris van de kerk?
Is er geen sprake van overmoed als de kerk zich als heilsinstituut opwerpt. Als de kerk zich als instituut opwerpt kiest ze in wezen voor een menselijke machtsconstructie. Een maaksel van de mens die zich het werk van God toe-eigent. Zo’n instituut bezit niet meer zelfreinigend vermogen omdat het menselijk maaksel zich goddelijke positie aanmeet. Is dat niet een belangrijke dimensie in het probleem van het kindermisbruik in de RK-kerk.

Kerk als instituut
Romeinse erfenis.
We zitten met een romeinse erfenis dat de kerk een instituut is. De kerk heeft de verleiding van het geestelijke na-apen van het Roomse(Italiaanse of zelfs Europese) Rijk niet kunnen weerstaan. Van begin af aan is de kerk echter een gemeenschap van mensen waar God in wil wonen door Zijn Geest. Een instituut kan niet vervuld zijn van God, mensen wel. God woont niet in rituelen, ze kunnen hem hooguit verbeelden. In menselijke (machts)handen kunnen rituelen verworden tot afgoden. Ze kunnen vervallen tot een geperverteerde religie. Jezus kijkt dwars door religieuze posities en macht heen en ziet het hart aan. Niet voor niets kwam hij in botsing met de religieuze machten. Jezus zegt tegen zijn volgelingen dat ze het zout van de aarde zijn en als het zijn kracht verliest dan “dient het nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt”.
De erfenis van de Europese beschaving.
In de Europese beschaving is het collectief zelfvertrouwen tot grote hoogte gestegen. Met ons verstand vinden we de waarheid(uit?). Wij objectiveren en bestuderen en analyseren totdat alles aan onze voeten ligt van onze beheersingsdrang. De theologie ging daarin mee. Wie God wil bestuderen als een object van ons kennen zal God nooit vinden maar altijd kwijt raken (Kuitert is in die val gelopen en menig andere theoloog; een theoloog die God wil objectiveren wordt vanzelf een theolooch-enaar).
“God is dood”. God laat zich niet kennen als een object (zie het artikel Over de Deense filosoof Kierkegaard). Hij zal zich verbergen voor een dergelijke autonome benadering. God laat zich alleen vinden voor de oprechte zoeker, God kan men alleen maar ont-moeten vanuit relatie, oprechtheid, liefde en vertrouwen. Daarbuiten is God dood ……. voor hen. God verbergt zich bewust voor de mens(-elijke beheersingsdrift). Een mens die louter op zichzelf vertrouwt heeft zich zelf tot god verklaart en ervaart elke God buiten hem als bedreiging van zijn vrijheid en autonomie. In kwam een treffend citaat tegen van de joodse filosoof Martin Buber:
Men vindt God niet als men in de wereld blijft; men vindt God niet als men uit de wereld weggaat. Wie met zijn hele wezen uitgaat tot zijn Jij en het hele wezen van de wereld naar Hem meebrengt, vindt Hem, die men niet kan zoeken.

Zelfrealisatie of zelfverlossing?

Economische groei?
Afscheid van religie?
Hoe meer we afscheid van de religie lijken te nemen hoe meer ongemerkt idolen en af-goden via de achterdeur weer binnenkomen. Alledaagse menselijke realiteiten blijken ineens uit te groeien tot goddelijke grootheden. Of dat nou sport, cultuur, wetenschap, economie politiek of de markt is. De maakbaarheid van het leven, autonomie, onafhankelijkheid, de romantische liefde, zelfontplooiing staan centraal in het moderne leven van zelfverlossing. De torenhoge geluks- heilsverwachtingen die hierin worden geproduceerd en geconsumeerd zullen op termijn tot grote desillussies leiden. Op korte termijn lijken ze bevrijding te geven maar in de lijn van de tijd wordt pas echt duidelijk wat de bron daarvan is. Zie artikel in Trouw: “Verkeert onze democartie(en de Verlichting) echt in Herfsttij “.
Hopeloos religieus.
We zijn en blijven betekenis- en zinzoekers. We beweren : het leven heeft geen enkele zin” om er even later aan toe te voegen dus geef ik er zelf een zin aan. Zin geven aan je leven terwijl je zegt dat er geen zin bestaat. Eerst zeggen we “God is dood” om even later zelf (half)goden te fabriceren. Ik vrees dat we ongeneeslijk religieus zijn. Alleen noemen we deze verschijnselen geen religie.
We lijken hard op weg 16 miljoen gelovigen te worden in een a-religieus land